Onjuiste woningverklaring leidt bij overdracht pand tot naheffing en vergrijpboete overdrachtsbelasting

Printvriendelijke versie

Om de 6% overdrachtsbelasting te ontlopen en in plaats daarvan in aanmerking te komen voor een 2% heffing doen mensen soms rare dingen. Zo ook in een zaak waarin een koper in de leveringsakte had laten opnemen dat het gekochte pand vanaf datum overdracht zou bestaan uit wooneenheden en dat om die reden het bijzondere tarief van 2% overdrachtsbelasting van toepassing was. Op het moment van overdracht had er nog geen verbouwing plaatsgevonden waarmee het pand naar zijn aard tot woning zou kunnen worden bestemd. Het gevolg was een naheffingsaanslag voor de overdrachtsbelasting, vermeerderd met een vergrijpboete.

Voor de koper was dit reden om zijn geluk hogerop te beproeven, maar kreeg ook bij het Hof nul op het rekest. Hij was immers ten tijde van de overdracht al begonnen met de verbouwing. Daarmee was volgens het Hof nog steeds geen sprake van een woning.

Ook de vergrijpboete kon op instemming van het Hof rekenen, omdat de koper in de leveringsakte verklaard had dat het pand uit wooneenheden bestond terwijl dat (nog) helemaal niet het geval was. Volgens het Hof wist de koper op het moment van de verklaring ook dat hij de notaris onjuist informeerde, om daarmee toepassing van het 2% tarief te realiseren. Daarmee is het aan zijn opzet te wijten dat te weinig overdrachtsbelasting is betaald.

Nog steeds hield de koper vast aan zijn eigen opvatting en legde de zaak voor aan de Hoge Raad. Die maakte er niet meer woorden aan vuil dan het beroep zonder verdere motivering te verwerpen.

Ook hieruit blijkt weer eens te meer dat een pand, wil het bij overdracht in aanmerking komen voor 2% overdrachtsbelasting, op het moment van overdracht naar zijn aard ook echt woning moet zijn. Wilt u hier meer over weten? Bel ons voor het maken van een afspraak.

Bron: Opmaat 13/2/18 2018/0035 ECLI:NL:HR:2018:168.